VERLEIDINGEN VAN DE DUIVEL

Strijd tegen de duivel

Bekleed u met de hele wapenrusting van God, opdat u stand kunt houden tegen de listige verleidingen van de duivel. Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke [machten] van het kwaad in de hemelse gewesten (Efeze 6:11-12 HSV).

Engelen zijn goede geesten, door God geschapen. Eén van die engelen (de duivel) keerde zich tegen God en een deel van de engelen ging met hem mee. Vanaf die tijd is er een strijd tussen God en de duivel, tussen de volgelingen van God en de volgelingen van de duivel, tussen licht en duisternis, tussen goed en kwaad.

De duivel gaat rond als een ‘brullende leeuw’, maar vaak ook als een engel van het licht en dan is hij moeilijker te herkennen en veel gevaarlijker. Hij probeert ons dan te verleiden met dingen waar we gevoelig voor zijn.

Verbod op occultisme

God verbood Zijn volk Israël om zich bezig te houden met occultisme, wichelarij, afgoderij, waarzeggende geesten, duivelskunstenaars en tovenaars. Al die dingen hebben te maken met de toekomst, waar ze grip op wilden krijgen. In plaats daarvan gaf God hen steeds een profeet uit hun midden.

Wanneer u in het land komt dat de HEER, uw God, u geven zal, mag u de verfoeilijke praktijken van de volken daar niet navolgen (Deuteronomium 18:9 NBV)

U moet volledig op de HEER, uw God, gericht zijn.
Ook al luisteren de volken in het land dat u in bezit zult nemen wel naar wolkenschouwers en waarzeggers, ú heeft de HEER, uw God, dat verboden. (Deuteronomium 18:13-14 NBV)

God wil niet dat Zijn volk Israël maar ook wij niet, bezig zijn met occulte dingen. Als we dit doen maken we God klein en de duivel groot. We hebben de duivel en zijn volgelingen niet nodig om de toekomst te voorspellen of grip te krijgen op dit leven.

In het Woord ontvangen wij geopenbaarde kennis, kennis van God, van onszelf, van de wereld om ons heen. Wij krijgen ook kennis van de toekomst, maar dan op zo’n manier dat wij bemoedigd worden door het perspectief dat ons geboden wordt.
(pag. 32 ‘Echt & onecht’)

Lucas 4 – verzoeking in de woestijn

Vers 4 Maar Jezus antwoordde: ‘Er staat geschreven: “De mens leeft niet van brood alleen.
Vers 8 ”’Maar Jezus antwoordde: ‘Er staat geschreven: “Aanbid de Heer, uw God, vereer alleen hem.”’Maar Jezus antwoordde: ‘Er is gezegd: “Stel de Heer, uw God, niet op de proef.”’
Vers 13 Toen de duivel Jezus aan al deze beproevingen had onderworpen, ging hij voor een tijd bij hem vandaan. (NBV)

Uit de antwoorden van Jezus, op de verleiding van de duivel blijkt dat Jezus het Woord goed kende en Hij kende de duivel. Jezus weerstaat de duivel met het Woord.

Hoe meer kennis wij hebben van de Bijbel, hoe meer kennis we ook krijgen van God en we krijgen we inzicht in de manier van werken van de duivel. Ook wij kunnen het Woord van God, de Bijbel gebruiken om de duivel te weerstaan. Dan zal hij van ons weggaan. Hij komt wel weer terug, want de duivel is vasthoudend en geeft niet op. Maar omdat wij delen in de overwinning van Christus kunnen wij meer dan de duivel. In Christus zijn wij sterker.

Rust in Gods Woord

De duivel en zijn praktijken zoals waarzeggerij en horoscopen kunnen je bang maken, maar het Woord van God is anders.

Het Woord van God is anders. Het wekt vertrouwen op: op God de Vader, op zijn leiding, op zijn zorg. Leven vanuit de beloften van God, waar het Woord vol van is, geeft rust, ook als het gaat om de toekomst. Je mag weten: ‘Wat ik niet weet, weet Hij. Ik hoef niet alles te weten, als ik dít maar weet: dat Hij mij vasthoudt en draagt.’ (pag. 39 ‘Echt & onecht)

Bronnen

Jouw reactie stel ik op prijs en wordt z.s.m. geplaatst