ONDERSCHEIDINGSVERMOGEN

onderscheidingsvermogen

Onderscheidingsvermogen

Om te zien wat van God is en wat van de duivel hebben we onderscheidingsvermogen nodig. Daarvoor is het nodig om geestelijk volwassen te worden.

Onmondige kinderen

Dan zijn we geen onmondige kinderen meer die stuurloos ronddobberen en met elke wind meewaaien, met wat er maar verkondigd wordt door mensen die tot alles in staat zijn wanneer ze anderen listig en doortrapt op een dwaalspoor willen brengen. Dan zullen we, door ons aan de waarheid te houden en elkaar lief te hebben, samen volledig toe groeien naar hem die het hoofd is: Christus. (Efeze 4:14-15 NBV)

Onmondige kinderen zijn kwetsbaar en vatbaar voor verkeerde invloeden. Ze worden door het water heen en weer geslingerd en door de wind die invloed heeft op de golven. Jonge gelovigen kunnen in de war worden gebracht door mensen die een valse wind (leer) laten waaien.

Wie jong is in het geloof, is geneigd om een ieder te geloven die een sterke persoonlijkheid heeft en indruk op hem maakt, los van de principes die naar voren gebracht worden. Dwaalleraren zijn vaak sterke persoonlijkheden. Jonge gelovigen kunnen daardoor overstag gaan voor een bepaalde visie die niet gefundeerd is op zorgvuldig luisteren naar de Schrift. (pag. 45 ‘Echt & onecht’)

De woorden van Paulus over onmondige kinderen zijn een aansporing voor de Efeziërs om op te groeien in het geloof en volwassen te worden. Wanneer ze leven uit waarheid en liefde groeien ze toe naar Christus en gaat de gemeente steeds meer op Hem lijken.

Als christenen zijn wij ontdekkingsreizigers. Wij ontdekken -meer en meer- de waarheid over God, over onszelf en over de wereld waarin wij leven. We leren ook de geesten te onderscheiden. We gaan allerlei dwalingen onderkennen. We gaan zien wat wel of niet uit de Geest van God is. (Pag. 47 ‘Echt & onecht)

Melk en vast voedsel

Maar, broeders en zusters, ik kon tot u niet spreken als tot geestelijke mensen. Ik sprak tot mensen van deze wereld, tot niet meer dan kinderen in het geloof in Christus. Ik heb u melk gegeven, geen vast voedsel; daar was u niet aan toe. En ook nu nog niet, want u bent nog gebonden aan de wereld. Wanneer u afgunstig en verdeeld bent, dan bent u toch gebonden aan de wereld, dan leeft u toch als ieder ander? (1 Korinthe 3:1-3 NBV)

Ondanks Paulus teleurstelling spreekt hij de christenen in Korinthe toch aan als broeders en zusters. Zij hebben de Heilige Geest ontvangen, maar gedragen zich er niet naar, want er is verdeeldheid in de gemeente en de een vind zichzelf belangrijker dan de ander.

Paulus spreekt tot hen als kleine kinderen die alleen in staat zijn melk te drinken en nog geen vast voedsel kunnen verdragen. Hij vindt het zelfs gevaarlijk om onderwijs te geven wat bedoelt is voor volwassen christenen.

Melkdrinkende christenen zijn ook erg gericht op de concrete dingen. Dat komt hierin uit dat juist de christenen in Korinthe die nog niet toe zijn aan vast voedsel zo’n belangstelling tonen voor de aandachttrekkende gaven van de Geest, zoals de gaven van genezingen, de gaven van profeteren en het spreken in tongen. Hierdoor zijn ze veel meer met zichzelf bezig -zoals kinderen erg met zichzelf bezig kunnen zijn- dan met de opbouw van de gemeente, waar de gaven voor bedoeld zijn. (pag. 54 ‘Echt & onecht)

Volwassen in denken

Broeders en zusters, wees in uw denken niet als kinderen. Wees kinderen in het kwaad, maar wees in uw denken volwassen. (1 Korinthe 14:20 NBV)

Paulus heeft het hier over het spreken van vreemde talen in de gemeente. Hij zegt dat ze dit niet moeten doen als er geen uitleg is. Dan gedragen ze zich als kinderen, die op zichzelf gericht zijn en geen zorg hebben voor anderen in de gemeente.

We worden volwassen in ons denken als we het Woord van God lezen en we ons openstellen voor de Heilige Geest.

In ‘Echt & onecht’ staan op pagina 60 wat praktische richtlijnen:

1. Als wij wat het geloof betreft ergens vol van zijn, waar zijn wij dan vol van? Het is belangrijk dat wij dat kunnen benoemen.
Het is van de Geest als het dan gaat over de Here Jezus Christus en zijn werk voor ons, over wat Hij voor ons over heeft gehad.

 2. Laten we ook wantrouwend zijn naar wat zich aandient als een nieuwe openbaring of als een profetische boodschap en eerst toetsen of wat wij horen bijbels gezien wel klopt.

3. De noodzaad van toetsing geldt ook voor spectaculaire gebeurtenissen, voor uiterlijkheden die in het centrum van de aandacht komen te staan en waardoor Christus en zijn werk naar de achtergrond verdrongen wordt.

Bronnen

Jouw reactie stel ik op prijs en wordt z.s.m. geplaatst