JESAJA (2) – schrijver en de tijd waarin hij leefde

JESAJA

Schrijver

Het visioen van Jesaja, de zoon van Amoz, dat hij gezien heeft over Juda en Jeruzalem, in de dagen van Uzzia, Jotham, Achaz [en] Hizkia, koningen van Juda. (Jesaja 1:1 HSV)

De naam Jesaja betekent de Heer is redder of God redt. Dit is ook de boodschap van het bijbelboek.

Jesaja leefde ongeveer 760-798 voor Christus en was een zoon van Amoz. Volgens Joodse overleveringen was hij de kleinzoon van koning Joas en een neef van koning Uzzia. Of dit waar is weten we niet zeker, maar hij had wel toegang tot de koningen van Juda in zijn tijd: Uzzia, Jotham, Achaz en Hizkia. Veel van zijn profetieën gaan daarom over politieke thema’s, over het verbond met Assyrië en Egypte.

Twee zonen

Ik was tot de profetes genaderd, zij werd zwanger en baarde een zoon. Toen zei de HEERE tegen mij: Geef hem de naam Maher Sjalal Chasj Baz. (Jesaja 8:3 HSV)

En de HEERE zei tegen Jesaja: Ga nu op weg, Achaz tegemoet, u en uw zoon Sjear-Jasjub, naar het einde van de waterloop van de bovenvijver, bij de weg naar het Blekersveld. (Jesaja 7:3 HSV)

Zijn vrouw noemde Jesaja profetes, maar er zijn van haar geen profetieën bekend. Zijn zonen gaf hij namen die de boodschap van Jesaja samenvatten:

  • Maher Sjalal Chasj Baz betekent ‘haastige roof, spoedige buit’
  • Sjear-Jasjub betekent ‘een rest zal terugkeren’

Jesaja waarschuwde voor het oordeel van God. Jeruzalem zou verwoest worden. Het goede nieuws was dat een rest van Israël terug zou keren.

De tijd van Jesaja

Jesaja leefde in Jeruzalem en profeteerde ongeveer 60 jaar lang. Juda was een klein en rijk land, maar werd bedreigt door kleinere omringende volken en en grotere volken verder weg. Jesaja zei tegen de koningen van Juda dat ze op geen enkele politieke macht moesten vertrouwen, alleen op God.

Koningen in de tijd van Jesaja

In het bijbelboek Koningen kunnen we lezen of de koningen het in de ogen van God goed of slecht deden. Goede koningen wonnen en slechten koningen werden verslagen.

  • Uzzia begon als een goede koning maar werd op het laatste een slechte koning. Hij deed wat kwaad was in de ogen van God en stierf aan melaatsheid. In dit jaar begon Jesaja met profeteren. Assyrië was een wereldmacht en een bedreiging voor de buurlanden van Juda en voor Juda zelf.
  • Jotham was een goede koning.
  • Achaz was een slechte koning. In zijn tijd werd Juda bedreigd door Israël (de 10 stammen) en Aram/Syrië. Achaz vertrouwde niet op God.
  • Hizkia was een goede koning die luisterde naar de woorden van Jesaja. In zijn tijd had Assyrië Israël (de 10 stammen) verovert en in ballingschap gevoerd, maar Juda bleef nog gespaard.
  • Manasse was een van de slechtste koningen van Juda. Hij liet zich in met duivelsaanbidding en offerde zelfs zijn eigen zoon. Hij had zo’n hekel aan Jesaja. Volgens Joodse historische bronnen heeft hij Jesaja in een holle boom laten stoppen en de boom doormidden laten zagen.

Bronnen

Jouw reactie stel ik op prijs en wordt z.s.m. geplaatst

%d bloggers liken dit: