ISRAËL, HET LAND VAN DE HERE GOD

ISRAËL

Het land van de Here God

Als je de Bijbel helemaal leest ontdek je dat veel zich afspeelt in het land Israël of verwijst naar het land Israël. Mozes mocht bijvoorbeeld het land niet in, maar hij trok wel 40 jaar met het volk door de woestijn, met als bestemming het land Israël.

Israël is het land van de Here God. God spreekt over Israël als MIJN LAND, in Levicitus, Jesaja, Jeremia, Ezechiël en Joël:

Verder mag het land niet voor altijd verkocht worden, want het land behoort Mij toe. U bent immers vreemdelingen en bijwoners bij Mij. (Leviticus 25:23 HSV)

Ik zal Assyrië verbreken in Mijn land, en op Mijn bergen zal Ik het vertrappen. Dan zal zijn juk van hen afglijden, en zijn last zal van hun schouder afglijden. (Jesaja 14:25 HSV)

Ik bracht u in een vruchtbaar land, om de vrucht daarvan en het goede ervan te eten. Maar toen u daarin kwam, verontreinigde u Mijn land en hebt u Mijn eigendom tot een gruwel gemaakt. (Jeremia 2:7 HSV)

Ik bracht u in een vruchtbaar land, om de vrucht daarvan en het goede ervan te eten. Maar toen u daarin kwam, verontreinigde u Mijn land en hebt u Mijn eigendom tot een gruwel gemaakt. (Ezechiël 38:16 HSV)

zal Ik alle heidenvolken bijeenbrengen en hen doen afdalen naar het dal van Josafat. Daar zal Ik met hen een rechtszaak voeren, vanwege Mijn volk en Mijn eigendom Israël, dat zij onder de heidenvolken verstrooid hebben. Mijn land hebben zij verdeeld. (Joël 3:2 HSV)

De aartsvaders

Het is het ook het land van de aartsvaders: Abraham, Izak en Jakob. God beloofde het nageslacht het land Israël.

De HEERE nu zei tegen Abram: Gaat u uit uw land, uit uw familiekring en uit het huis van uw vader, naar het land dat Ik u wijzen zal. (Genesis 12:1 HSV)

De HEERE, de God van de hemel, Die mij uit mijn familie en uit mijn geboorteland weggehaald heeft, Die tot mij gesproken heeft en Die mij gezworen heeft: Aan uw nageslacht zal Ik dit land geven – die [God] zal Zijn engel voor u uit sturen, opdat u voor mijn zoon daarvandaan een vrouw zult nemen. (Genesis 24:7 HSV)

En zie, de HEERE stond boven aan die [ladder] en zei: Ik ben de HEERE, de God van uw vader Abraham en de God van Izak; dit land waarop u ligt te slapen, zal Ik u en uw nageslacht geven. (Genesis 28:13 HSV)

Mozes en Jozua

Mozes leidde het volk uit Egypte, onderweg naar het land Israël. Jozua veroverde met de Israëlieten eerst het Zuiden en toen het Noorden.

Daarom ben Ik neergekomen om het [volk] te redden uit de hand van de Egyptenaren, en het te leiden uit dit land naar een goed en ruim land, naar een land dat overvloeit van melk en honing, naar het gebied van de Kanaänieten, de Hethieten, de Amorieten, de Ferezieten, de Hevieten en de Jebusieten.
Nu dan, zie, het geschreeuw [om hulp] van de Israëlieten is tot Mij gekomen. En Ik heb ook de onderdrukking gezien waarmee de Egyptenaren hen onderdrukken.
Nu dan, ga [op weg]. Ik zal u naar de farao zenden, en u zult Mijn volk, de Israëlieten, uit Egypte leiden. (Exodus 3:8-10 HSV)

Jozua, de zoon van Nun, die in uw dienst staat, die zal erin komen; rust hem ervoor toe, want hij zal het Israël in erfbezit laten nemen.
En [ook] uw kleine kinderen, waarvan u zei: Zij zullen [de vijand] tot buit worden, en uw kinderen die heden [nog] geen goed of kwaad kennen, die zullen erin komen. Aan hen zal Ik het geven en zij zullen het in bezit nemen. (Deuteronomium 1:38-39 HSV)

Richteren

Een tijd lang werd het land bestuurd door richters zoals Gideon, Deborah, Simson en Samuël. Het volk verviel steeds in zonde, God oordeelde. Dan riepen ze God om hulp en stuurde God een richter om hen te bevrijden. Maar na korte of langere tijd vervielen ze weer in zonde.

Koningen

De Israëlieten wilden een koning, net als de volken om hen heen. De koningen van Israël waren: Saul (1050-1010 voor Christus), David (1010-979 voor Christus) en Salomo (970-930 voor Christus). Na koning Salomo valt het land uiteen in twee koninkrijken. Tien stammen in het Noorden en twee stammen in het zuiden. Er regeerden goede en slechte koningen.

Israël en het Nieuwe Testament

Het Nieuwe Testament begint in Israël met Johannes die doopte in de rivier de Jordaan en de komst aan van de Messias aankondigde.

En heel het Judese land en de inwoners van Jeruzalem liepen naar hem uit; en zij werden allen door hem gedoopt in de rivier de Jordaan, terwijl zij hun zonden beleden.
En Johannes was gekleed in kameelhaar en had een leren gordel om zijn middel, en hij at sprinkhanen en wilde honing.
En hij predikte en zei: Na mij komt Hij Die sterker is dan ik, bij Wie ik het niet waard ben neer te bukken en de riem van Zijn sandalen los te maken. (Markus 1:5-7 HSV)

Land van Jezus

Natuurlijk is Israël ook het land van Jezus. Bethlehem is de plaats waar Hij werd geboren. Hij woonde in Nazareth en later in Kapernaüm, bij het meer van Galilea. In dit land deed Hij wonderen en tekenen. Voor Zijn gelijkenissen gebruikte Hij voorbeelden uit het dagelijks leven in het land Israël. Op Golgotha, dichtbij Jeruzalem is Hij gekruisigd. Hij is ook in dit land begraven en weer opgestaan uit de dood. Vanaf de Olijfberg is Jezus opgevaren naar de hemel.

En het geschiedde, terwijl Hij hen zegende, dat Hij Zich van hen verwijderde. En Hij werd opgenomen in de hemel. (Lukas 24:51 HSV)

Wederkomst

In Israël zal Jezus ook ooit weer terugkomen. Vanaf de Olijfberg kwam Jezus, op een ezel, Jeruzalem binnen. Vanaf de Olijfberg vertelde Hij de discipelen over de dingen die plaatsvinden voor Hij terugkomt. Op de Olijfberg zal Hij Zijn voeten zetten, bij Zijn wederkomst!

Bronnen

Reacties worden z.s.m. geplaatst

%d bloggers liken dit: