DE VIER EVANGELIËN: MATTHEÜS, MARKUS, LUKAS EN JOHANNES

vier evangeliën

Voortzetting en vervulling van het Oude Testament

Deze en vorige maand behandelen we het evangelie van Markus bij de ETS. Maar ik wil eerst iets schrijven over de vier evangeliën.

Het verhaal van het volk Israël stopt niet bij het Oude Testament. Het volk Israël wachtte nog steeds op een koning, op een Messias die hen zou bevrijden. Ze werden namelijk nog steeds geregeerd door de Perzen, de Grieken en bij de start van het Nieuwe Testament door de Romeinen. De beloften van de profeten wachtten nog: gerechtigheid, vrede, liefde en heiligheid. In het Nieuwe Testament lezen we dat Jezus de Messias is van Joden en heidenen.

De vier evangeliën

Het Griekse woord euaggelion is samengesteld uit de woorden eu (goed) en angelion (boodschap) en betekent dus goede boodschap.

De vier evangeliën beschrijven alle vier het goede nieuws van Jezus. Ze gaan over dezelfde tijd en dezelfde mensen. Ze beschrijven Wie Jezus was, waar Hij vandaan kwam, wat Hij zei en deed, Zijn kruisiging en opstanding.

De vier evangeliën verschillen ook van elkaar. De vier schrijvers hebben hun eigen stijl. Ze hadden ook allemaal een specifieke doelgroep voor wie ze schreven. Dit is belangrijk om te beseffen bij lezen, om de boodschap goed te kunnen begrijpen.

De drie evangeliën van Mattheus, Marcus en Lucas worden ook wel de synoptische evangeliën genoemd. Sun betekent samen en opsis betekent kijken. De drie evangeliën lijken veel op en overlappen elkaar, vandaar dat ze synoptisch genoemd worden.

De synoptische evangeliën vertellen het verhaal van Jezus ‘vanuit de aarde naar omhoog’ en beschrijven geleidelijk hoe men Zijn unieke relatie tot de Vader kan zien.

Johannes vertelt het verhaal heel sterk ‘vanuit de hemel naar beneden’. Hij begint bij het Woord voordat Het vlees geworden was. (HSV-Studiebijbel pag.1593)

Marcus heeft het meeste oog voor wat Jezus deed. Mattheus en Lucas vertellen meer over wat Jezus heeft gezegd. Johannes wil voor laten weten hoe en Wie Jezus was.

Verticaal en horizontaal lezen

Zojuist hebben we een passage in de drie synoptische evangeliën vergeleken. Over het algemeen echter is het belangrijk om elk evangelie eerst als zelfstandig verslag te lezen en te bestuderen, dat wil zeggen: niet meteen vergelijkbaar materiaal zoeken in andere evangeliën, maar de tekst allereerst in eigen (directe) context te bestuderen. Omdat elk evangelie zijn eigen nadruk legt, is dit nodig om die nadruk te ontdekken en de keuzes van de auteur te proberen te begrijpen. Dit zou je de verticale aanpak kunnen noemen. Pas in latere instantie kan een vergelijking van teksten met de andere evangeliën behulpzaam zijn, de zogenaamde horizontale lezing van de evangeliën. Zo leer je al meer de verschillen tussen de evangeliën te zien en word je je er al meer van bewust dat de schrijvers hun eigen doel en context hadden bij het schrijven van Jezus’ leven en onderwijs. (Nieuwe Testament ETS-Bijbelcursus leerjaar 1 | 2018-2019)

Mattheüs

  1. schrijft voor de Joden
  2. laat Jezus zien als Messias-Koning
  3. Mattheüs houdt zich vooral bezig met de verhouding van Jezus tot Israël
  4. zet zich in voor nieuwe gelovigen

Markus

  1. schrijft voor niet-Joden
  2. laat Jezus zien als krachtige Dienaar
  3. centraal staat de laatste week van Jezus op aarde
  4. probeert lezers enthousiast te maken met het goede nieuws over Jezus

Lucas

  1. schrijft voor Jodengenoten zoals Theophillus
  2. schrijft over Jezus als de Zoeker van het verlorene, de Redder van de wereld
  3. gericht op het plan van God
  4. Lucas is als enige niet Joods en zet zich in voor mede heidenen

Johannes

  1. schrijf voor ‘allen die geloven’
  2. beschrijft Jezus vooral als Zoon van de Vader
  3. Jezus als gezondene van God
  4. spreekt weinig over het Koninkrijk
  5. voor oudere gelovigen, bemoedigen om vast te houden aan het geloof in Jezus

Bronnen

Jouw reactie stel ik op prijs en wordt z.s.m. geplaatst

%d bloggers liken dit: