Bijbelboek NUMERI

ETS-Bijbelcursus

Binnenkort heb ik examen voor de ETS-Bijbelcursus die ik volg en waar ik erg enthousiast over ben. Ik leer altijd door te ‘strepen’ met mijn markeerstiften en een samenvatting te maken. Deze blog heb ik gemaakt met hulp van:

Filmpje en folder van de ETS-Bijbelcursus

Eerst even wat reclame voor de ETS. In 4 jaar tijd ga je de hele Bijbel door. Per maand wordt er een Bijbelboek uit het OT en een Bijbelboek uit het NT behandeld. Je kunt ervoor kiezen om eens per maand op zaterdag naar de cursus te gaan, of twee keer per maand een avond. Door de cursus krijg je een overzicht over de hele Bijbel. Je leert ook om de Bijbel in de context te lezen.

Folder-ETS-2019-2020

NUMERI

Auteur

Mozes schreef het boek Numeri en is zijn vierde boek. In Numeri 33:2 wordt hiernaar verwezen, maar God zelf is de auteur/schrijver van het boek. Tachtig keer staat er “God zei tegen Mozes…” Van een paar gedeelten wordt ontkend dat Mozes het zelf geschreven heeft. Bijvoorbeeld dat hij de meest zachtmoedige mens ter wereld wordt genoemd.

Historische achtergrond

Israels omzwervingen in de woestijn

Numeri beschrijft een periode van ongeveer 40 jaar. De reis in de woestijn van de berg Sinaï tot bij de vlakten van Moab. Deze tocht had lopend ook in elf dagen gekund. Maar omdat het volk bij Kades had geweigerd had het land binnen te trekken, liet God hen steeds een klein stukje verder trekken door de woestijn en duurde het 40 jaar.

‘Numeri’ is het Latijnse woord voor ‘getallen’. Het boek begint en eindigt met twee volkstellingen. De eerste keer toen het volk Israël de Sinai verliet en de tweede keer toen ze bij Moab aankwamen, 40 jaar later.
‘Bemidbar’ is de Hebreeuwse naam en betekent ‘in de woestijn’.

Indeling Numeri

  1. Numeri 1:1 tot 10:10 Verblijf bij de Sinaï
  2. Numeri 10:11 tot 22:1 Veertigjarige zwerftocht
  3. Numeri 22:2 tot 36:13 Verblijf in de velden van Moab

Er is ook een indeling mogelijk in generaties: Numeri 1-25 en 26-36. Deze beginnen beide met een volkstelling. De tweede telling geeft het einde van de oude en de opkomst van de nieuwe generatie aan. Hoofdstuk 26 is een nieuw begin na wat er allemaal mis ging bij de oude generatie.

Verblijf bij de Sinaï

Alle mannen boven de 20 jaar worden geteld. Het waren er ruim 600.000 en inclusief vrouwen en kinderen schat men het hele volk op meer dan 2 miljoen.
De telling was nodig omdat het aantal mannen dan kan strijden bekend moet zijn. De kampindeling is gebaseerd op de telling. De marsorde is belangrijk en word bepaald door de kampindeling.
De Levieten worden apart geteld want zij behoren God toe. Ze ondersteunen de priesters bij de dienst in de tabernakel.

2 miljoen is erg veel en dat geeft problemen. De bevolking van Kanaän wordt op veel minder van 2 miljoen geschat en toch geeft Deuteronomium de indruk dat de Kanaänieten veel talrijker waren dan het volk Israël. 2 miljoen mensen geeft ook logistieke problemen. Het zou heel lang duren voordat ze door de Rode Zee zouden zijn gegaan. Een verklaring zou kunnen zijn dat de Hebreeuwse termen oorspronkelijk een andere betekenis hadden dan ‘1000’ of ‘100’.

Numeri 5-8 bevat verschillende wetten die te maken hebben met de relatie tot God.

Nazireeërschap

In Numeri 6 staat de wet op het Nazireeërschap, die belangrijk is als achtergrond bij het verhaal van Simson en Samuël. Een nazireeër mocht het hoofdhaar niet knippen, niet in de buurt komen van een dode en geen wijn drinken. Het ongeschoren haar was herinnerde andere mensen aan hun toewijding aan de dienst van God. Johannes de Doper was een Nazireeër. Jezus wordt Nazoreeër genoemd. De StudieBijbel zegt hierover:

Nazoreeër is een woordspeling op netser (tak, twijg) in Jes.11:1 ‘Een tak ontspruit aan de stronk van Isaï, een twijg (netser) ontbloeit aan zijn wortels’ (Hagner2, Luz3, Nolland4). Netser werd ook elders in het jodendom op de Messias betrokken (4QpIsaa 3.15-26; Strack-Billerbeck I, 945) en de Davidische lijn van de messias is een leidend thema in Mat.1-2. Jes.11:1-10 speelt ook elders in het NT een rol als bewijs dat Jezus de Messias is (Rom.15:12; 1Pet.4:14; Op.5:5).
Nazoreeër als aanduiding van miskenning (France6, Van Bruggen7). Als Jezus later Nazoreeër (man van Nazaret) of Galileeër wordt genoemd (vgl. Mat.26:69,71), heeft dit in de meeste gevallen een denigrerende klank(Mat.13:54vv.; Joh.1:46; 7:41,42,52). Het wonen in Nazaret kan als een vervulling worden gezien van de profetieën die zeggen dat de Messias onopvallend zal optreden en door Zijn volk miskend zal worden (o.a. Jes.42:2; 53:3; Zach.12:10).

Priesterlijke zegen

In Numeri 6:22-27 staat de priesterlijke zegen die God geeft via Mozes aan Aäron.

De HEER zegene u en behoede u!
De HEER doe Zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig!
De HEER verheffe Zijn aangezicht over u en geve u vrede!

De priesterzegen speelde een belangrijke rol, wat bijvoorbeeld gebleken is uit archeologische vondsten van zilveren amuletten met daarop de priesterzegen. Aan het einde van de dagelijkse offerdienst werd de zegen uitgesproken en aan het einde van bijeenkomsten in de synagogen.

In Numeri 9 en 10 staan de laatste gebeurtenissen bij de Sinaï en het komende vertrek. In alle 10 hoofdstukken staat dat de Israëlieten deden wat God het voorschreef.

Veertigjarige zwerftocht

De Israëlieten vertrokken van de Sinaï en al snel komen er allerlei klaagzangen en opstanden. Iedereen doet er aan mee: het volk in het algemeen, de niet-Israëlieten die erbij waren en het hele volk meekregen, de familie van Mozes, de familiehoofden en ander leiders.

De reden voor het gemopper en ongeloof zijn: ontevredenheid over het eten, jaloerzie op het leiderschap en angst voor de inwoners van Kanaän.

Het volk Israël weigerde het land Kanaän te veroveren, na het verslag van de twaalf verspieders. In Numeri 14 klaagt het volk “waren we maar in Egypte omgekomen of hier in de woestijn”. Dat was ook de straf van God. De hele generatie van de eerste telling, zal in de woestijn sterven, behalve Jozua en Kaleb.

Het ongeloof van de andere 10 verspieders verdraait de feiten. Het geloof van Jozua en Kaleb aanvaardt de feiten, maar zij vertrouwen op God. Ze zeggen “Kom dus niet in opstand tegen de heer en wees ook niet bang voor de bevolking van dat land, want zij zijn een gemakkelijke prooi voor ons. Van hen is de beschermende schaduw geweken, maar bij ons is de heer. U hoeft niet bang te zijn voor hen!’” (Numeri 14:9 HSV). Door hun ongeloof moeten het volk 40 jaar rondzwerven door de woestijn.

In Numeri 20 maken ook Mozes en Aäron een fout. Ze vestigen de nadruk op zichzelf en niet op God,“Luister, opstandigen! Zullen wij voor mensen als jullie water uit deze rots laten stromen?”. Ook voeren ze de opdracht van God niet goed uit. Ze slaan op de rots in plaats van er tegen te praten.

Verblijf in de velden van Moab

De profeet Bileam mag en kan geen vloek uitspreken over Israël. Het spreken van de ezel is opvallend en ironisch. Bileam is zo boos dat hij ook nog terugpraat tegen de ezel.

In Numeri 27 staan aanwijzingen voor het leven in Kanaän. Jozua wordt de nieuwe leider van het volk. Er zijn regels voor de verdeling van het land, het erfrecht voor vrouwen en de feestdagen.

Het idee van een bloedwreker staat erg ver bij ons vandaan. Het woord voor ‘wreker’ is hetzelfde als ‘losser’, zoals Boaz was voor Ruth. Bij een losser gaat het om herstel van eigendom of vrijheid. Bij bloedwraak om het rechtzetten van onrecht. Numeri 35 geeft geen in stelling van de bloedwreker. Het geeft regels m.b.t. het in die samenleving al functionerende concept van de bloedwreker, waardoor uitwassen worden ingeperkt.

Betekenis van de wet

De oudtestamentische wetten worden vaak ingedeeld in drie categorieën:

  1. Zedelijke en morele wetten (bijvoorbeeld de Tien Geboden)
  2. Burgelijke wetten (voor het leven in het land)
  3. Ceremoniële wetten (voor de dienst in tempel en tabernakel)

De wet is allereerst aan het joodse volk gegeven. Het verbond van God met Israël is voor een groot deel een voorwaardelijk verbond, waarbij zegen en vloek afhankelijk zijn van de gehoorzaamheid van Israël.

In het NT zijn teksten waaruit blijkt dat dit verbond verouderd is (2 Korinthe 3 en Hebreeën 8:13), maar het verbond met Abraham (Genesis 15) is onvoorwaardelijk.

De wet is een model of voorbeeld van hoe God de dingen wil, niet iets wat naar de letter volbracht moet worden. Gods wil bestond ook al eerder dan de wetgeving op de Sinaï. De tien geboden geven een weg aan en zijn uit liefde gegeven. Het is geen juk om onder te zuchten.

Jezus wilde de wet niet afschaffen, Hij was niet zijn bedoeling om ook maar het kleinste gebod (jota of tittel) af te schaffen, maar om ze tot hun volle betekenis brengen. Jezus wijst op Gods bedoeling achter de wet (Mattheüs 5). Het doel van de wet is ervoor te zorgen dat het ons goed gaat, en niet om ons dwars te zitten. Gehoorzaamheid aan de wet gaat over de bereidheid van ons hart. Het volk Israël had geen hart om God te vrezen, maar toch mag Mozes profeteren van een tijd dat God een wending ten goede zal geven. Voor ons geldt: door het geloof in Jezus ontvangen wij de Heilige Geest, die vrucht gaat brengen in ons leven. Die vrucht wordt gekenmerkt door liefde en liefde is de vervulling van de wet (Romeinen 13:8).

3 reacties op “Bijbelboek NUMERI

    1. Graag gedaan en leuk dat je het de moeite waard vond om te lezen.
      Het helpt me in ieder geval om het in mijn hoofd te krijgen.

Jouw reactie stel ik op prijs en wordt z.s.m. geplaatst