Engelen (1)

Geloven we nog in engelen?

Laatst vroeg iemand of ik nog geloof in engelen. Ik begreep de vraag niet goed en dacht ‘ieder christen gelooft toch in het bestaan van engelen?’ Misschien ging het niet over het bestaan van engelen, maar hoe te denken over engelen in deze tijd. Nou ja, hoe de vraag ook is bedoeld, mijn interesse is gewekt. Eerlijk gezegd heb ik buiten het feit dat ze bestaan en genoemd worden in de Bijbel nooit veel geleerd of gelezen over engelen. Tijd om een paar blogs te wijden aan dit onderwerp.

Ontkenning van het bestaan van engelen

“De Sadduceeën zeggen namelijk dat er geen opstanding is en geen engel of geest, maar de Farizeeën belijden het beide” (Handelingen 23:8 HSV).

Toen Paulus zich voor de Joodse raad moest verantwoorden ontstond een discussie tussen de farizeeën en de sadduceeën. De Sadduceeën geloofden niet in de opstanding en niet in het bestaan van engelen en geesten, maar de Farizeeën wel. Ontkenning van het bestaan van engelen is dus niet nieuw.

Angelos

Angelos, het Griekse woord dat wordt vertaald als engel komt vaker voor in het Nieuwe Testament dan het woord dat wij vertalen met ‘zonde’. Het  komt zelfs vaker voor dan agape, het belangrijkste woord voor ‘liefde’.

Angelos betekent ‘boodschapper’. Soms verwijst het in de Bijbel naar een menselijke boodschapper, maar meestal op een bovennatuurlijk of hemels wezen. Het woord angelos komt zo vaak voor, dat is vast niet zomaar en het lijkt mij de moeite waard om er meer over te lezen.

Engelen in mijn kinder- en tienertijd

Het plaatje boven deze blog komt uit een kinderbijbel van onze kinderen, maar ook in De Bijbelse Geschiedenis verteld aan onze kinderen, van Vreugdenhil die ik als kind had stonden verhalen over engelen.

Als tiener leerde ik de vragen uit het catechisatieboekje van A. Hellenbroek uit mijn hoofd en ook daarin ging het soms over engelen.

Samengevat staat in dit catechisatieboekje en leerde ik dus als tiener het volgende over engelen:

Ze zijn goed geschapen, waarschijnlijk op de eerste dag. Het zijn gedienstige geesten. Ze waren getuigen bij de opstanding van Jezus en van Zijn hemelvaart. De mens mag geen engelen aanbidden en het is een dwaling dat we engelen moet aanroepen. Over de laatste twee punten schrijf ik een volgende keer.

Engelen in het Oude Testament

Engelen zijn geschapen. God schiep de hemel en de aarde op de eerste scheppingsdag. Met de hemel wordt bedoeld de woonplaats van God, inclusief de engelen:

“Zo zijn de hemel en de aarde voltooid, en heel hun legermacht” (Genesis 2:1 HSV).

Engelen hielden de wacht bij de ingang van de Hof van Eden, nadat Adam en Eva de hof moesten verlaten:

“Hij verdreef de mens, en plaatste ten oosten van de hof van Eden de cherubs met een vlammend zwaard, dat heen en weer bewoog, om de weg naar de boom des levens te bewaken” (Genesis 3:24 HSV).

Twee engelen spelen een rol in het verhaal van Lot:

“De twee engelen kwamen ‘s avonds in Sodom aan, terwijl Lot in de poort van Sodom zat. Toen Lot [hen] zag, stond hij op om hun tegemoet te gaan, en boog hij zich met [zijn] gezicht ter aarde” (Genesis 19:1 HSV).

“Toen de dageraad aangebroken was, drongen de engelen bij Lot aan” (Genesis 19:15 HSV).

Jacob valt in slaap en ziet in een droom een ladder die op aarde geplaatst wordt. Langs deze ladder bewegen engelen omhoog en omlaag. Ze zijn al beneden als Jacob de engelen ziet. Het is het beeld van de onzichtbare, maar wel aanwezige verbinding van God met Zijn kinderen op aarde:

“Toen droomde hij, en zie, op de aarde stond een ladder, waarvan de top de hemel raakte, en zie, de engelen van God klommen daarlangs omhoog en omlaag” (Genesis 28:12 HSV).

In Psalm 91 lezen we dat God engelen over gelovigen laat waken bij alles wat ze doen.

“Want Hij zal voor u Zijn engelen bevel geven dat zij u bewaren op al uw wegen” (Psalm 91:11 HSV).

Engelen in het Nieuwe Testament

In het evangelie van Mattheüs en Lucas kondigen engelen de geboorte aan van Johannes en van Jezus:

“Maar de engel zei tegen hem: Wees niet bevreesd, Zacharias, want uw gebed is verhoord en uw vrouw Elizabet zal u een zoon baren en u zult hem de naam Johannes geven” (Lucas 1:13 HSV).

“Terwijl hij deze dingen overwoog, zie, een engel van de Heere verscheen hem in een droom en zei: Jozef, zoon van David, wees niet bevreesd Maria, uw vrouw, bij u te nemen, want wat in haar ontvangen is, is uit de Heilige Geest;” (Mattheüs 1:20 HSV).

“En de engel zei tegen haar: Wees niet bevreesd, Maria, want u hebt genade gevonden bij God” (Lucas 1:30 HSV).

Een engel bevrijde de apostelen uit de gevangenis:

“Maar een engel van de Heere opende ‘s nachts de deuren van de gevangenis, bracht hen naar buiten en zei: Ga in de tempel staan en spreek tot het volk al de woorden van dit leven” (Handelingen 5:19 en 20 HSV).

Engelen aanbidden Jezus:

“En ik zag, en hoorde een geluid van vele engelen rondom de troon, van de dieren en van de ouderlingen. En hun aantal bedroeg tienduizenden tienduizendtallen en duizenden duizendtallen” (Openbaring 5:11 HSV).

Engelen blazen op hun zeven bazuinen. Bij elke bazuin wordt een oordeel uitgevoerd. God gaat in antwoord op gebeden van de gelovigen oordeel uitvoeren.

“En de zeven engelen die de zeven bazuinen hadden, gingen zich gereedmaken om op de bazuin te blazen” (Openbaring 8:6 HSV).

Literatuur

Ik heb gebruik gemaakt voor deze blog van:

Jouw reactie stel ik op prijs en wordt z.s.m. geplaatst