Bijbelboeken 1 & 2 KONINGEN

1 & 2 Koningen

Schrijver

1 en 2 Koningen waren oorspronkelijk één Bijbelboek. Ze beschrijven de geschiedenis van Israël vanaf de dood van koning David tot de ballingschap.

De meeste Joden denken dat Jeremia het boek Koningen heeft geschreven:

  1. Bepaalde delen van Koningen zijn volledig identiek met de profetie van Jeremia. Zelfs de woordkeus is gelijk.
  2. Jeremia is een centrale figuur in het boek Koningen, maar wordt niet met name genoemd. Als schrijver kan hij zichzelf bewust op de achtergrond geplaatst hebben.
  3. God gaf Jeremia in zijn profetie de opdracht om over de geschiedenis van Israël te schrijven.
  4. Een aantal keer komt de uitdrukking ‘tot op de huidige dag’ voor in Koningen. Dat lijkt erop te wijzen dat het rijk van Juda nog bestond toen Koningen werd geschreven. Jeremia werd na de verwoesting van Jeruzalem naar Egypte weggevoerd en is daar gestorven. Het laatste deel van Koningen gaat over gebeurtenissen tijdens de ballingschap, dus Jeremia kan dit niet meer hebben geschreven.

De schrijver gebruikte 3 betrouwbare bronnen:

  • ‘het boek met de geschiedenis van Salomo‘ (1 Koningen 11:41)
  • ‘het boek van de kronieken van de koningen van Israël‘ (1 Koningen 14:19 en 15:31)
  • ‘het boek van de kronieken van de koningen van Juda‘ (1 Koningen 14:29 en 15:7)

Indeling

1 en 2 Koningen kan onderverdeeld worden in 3 perioden:

  1. 1 Koningen 1 t/m 11 – Het verenigde koninkrijk, de 40 jaar van koning Salomo
    Er is één koning voor heel Israël (12 stammen).
  2. 1 Koningen 12 t/m 2 Koningen 17 – Het verdeelde koninkrijk
    Na Salomo valt het koninkrijk uiteen in een Noordrijk (10 stammen) en Zuidrijk (2 stammen, Juda en Benjamin). Het Noordrijk wordt weggevoerd in ballingschap naar Assyrië.
  3. 2 Koningen 18 t/m 25 – Het enkele koninkrijk, Zuidrijk tot de ballingschap
    Het Zuidrijk (Juda) blijft nog 130 jaar bestaan. Het Zuidrijk wordt uiteindelijk in 3 fasen weggevoerd naar Babylonië. Jeruzalem wordt in 586 voor Christus verwoest.

Het koninkrijk Israël 

Het gedeelde koninkrijk

Wetten uit Deuteronomium

Het volk Israël was hun land en hoofdstad kwijtgeraakt en weggevoerd naar een ander land. Het boek Koningen laat zien dat de schuld van de ballingschap bij het volk zelf ligt. God heeft Zich wel aan zijn beloften gehouden, maar ze wilden niet luisteren.

De wetten uit Deuteronomium zijn het uitgangspunt voor Gods handelen. Door dat oogpunt kijkt de schrijver ook naar de geschiedenis van Salomo tot de ballingschap.

  • Deuteronomium 12: een centrale plek voor de eredienst.
  • Deuteronomium 17:14-20: het functioneren van de koning
  • Deuteronomium 18:9-22: het functioneren van de profeet
  • Deuteronomium 28: zegen en vloek

Koningen en profeten

Niet iedere koning van Israël krijgt in dit boek evenveel aandacht, gemeten aan het aantal verzen. Dat komt omdat de schrijver de geschiedenis verteld vanuit Gods perspectief. God hecht meer waarde aan geestelijke kwaliteiten dan aan menselijke prestaties. Omri heeft lang geregeerd en heeft grote economische verbeteringen gebracht, maar er worden maar 8 verzen aan hem besteed, omdat hij deed wat kwaad was in de ogen van God. Zedekia kreeg 3 hoofdstukken en het gebed van Salomo is 38 verzen lang.

Afgoderij

Afgoderij is steeds de dreiging in de eeuwen van het boek Koningen. Het verlaten van God én het vermengen van het dienen van de waren God met afgoden.

Zonde leidt tot straf en uiteindelijk tot de ondergang. Toch was het niet hopeloos en het boek laat ook de genade van God zien. God had beloofd dat Hij de geslachtslijn van David in stand zou houden. Daarom neemt God niet het hele koninkrijk van de zoon van Salomo af.

Beschrijving van  de koningen

Introducerende aankondigingen: bericht van troonbestijging, leeftijd, regeringsjaren, voorouders, theologische evaluatie. Eindconclusies: bronvermelding, bericht van de dood van de koning, bericht opvolging. Er zit verschil tussen de beschrijving van de koningen van het noordelijke rijk en het zuidelijke rijk.

Noorden en Zuiden

Inhoud 1&2 Koningen

Het verenigde koninkrijk onder Salomo (1 Koningen 1 -11)

  1. David laat Salomo tot koning zalven
  2. David sterft en Salomo laat Adonia doden
  3. Salomo’s gebed om wijsheid
  4. Opsomming van Salomo’s macht, wijsheid en roem. Belofte aan Abraham en Jacob vervuld “Juda en Israël waren [met] velen, zo talrijk als de zand[korrels] die aan de zee zijn. Zij aten en dronken en waren blij” (1 Koningen 4:20 HSV)
  5. Voorbereiding tempelbouw
  6. Tempelbouw
  7. Bouw paleis van Salomo
  8. Overkomst van de ark en gebed Salomo
  9. God antwoord en bevestigd zijn belofte aan David dat, als zijn nakomelingen Hem blijven dienen, het koningshuis van David voor altijd bevestigd zal worden. Maar als ze Hem verlaten zal Israël worden weggevoerd en de tempel verwoest.
  10. Bezoek van de koningin van Seba, toppunt van welvaart van Salomo
  11. Salomo’s vrouwen verleiden hem tot afgoderij en God zegt hem dat het koninkrijk zal scheuren. Salomo sterft. De nakomelingen van Salomo blijven alleen koning in Juda.

Het verdeelde koninkrijk (1 Koningen 12- 2 Koningen 17)

  • Er zijn nu 2 koninkrijken: Juda en Israël me als heersers Rehabeam en Jerobeam.
  • Scheuring van het rijk. Jerobeam voert in het noorden een nieuwe eredienst in met beelden van gouden kalveren om te voorkomen dat de Israëlieten voor het dienen van God naar de tempel in Jeruzalem in het zuidelijke rijk gaan.
  • In 1 Koningen 12-16 zijn een aantal slechte koningen over Israël en Achab was de slechtste. Dan verschijnt de profeet Elia. God laat zien dat Hij machtiger is dan de afgoden, op de berg Karmel door vuur uit de hemel te laten komen.
  • Elia moet vluchten en raakt in de put.
  • Elisa neemt de profetische taak van Elia over.

Het enkele koninkrijk (2 Koningen 18-25)

Er regeerden nog twee goede koningen in het enkele koninkrijk: Hizkia en Josia. Hizkia van Juda, wordt uit de macht van de Assyrische koning Sanherib gered. Hij heeft een tunnel laten graven om de watervoorziening van Jeruzalem veilig te stellen.

Na koning Josia kwam er geen goede koning meer. Na 4 slechte koningen eindigt het met de wegvoering naar Babel en de verwoesting van Jeruzalem. Maar er wordt gratie verleend aan koning Jojachin, die in Babel gevangen zit.

Profetie

Profetie in Oude Testament

Het Hebreeuwse woordt voor profeet (nabi) is afgeleid van een woordstam met de betekenis: ‘roepen’, ‘spreken’, of ‘een boodschap brengen’. Een profeet brengt een boodschap in opdracht van God.

Er waren ook profeten die we kennen aan hun boodschappen in de historische boeken. Mozes was de eerste profeet van het Oude Testament. God sprak rechtstreeks tot hem. De profeten ná Mozes grijpen terug op de Torah.

Een koning in het Oude Testament had vaak een profetische tegenhanger: Saul en Samuël, David en Nathan, Jerobeam en Achia of Achab en Elia.

Profetie in het Nieuwe Testament en nu

Als 70 mannen gaan profeteren verzucht Mozes “Och, of allen van het volk van de HEERE profeten waren, dat de HEERE Zijn Geest over hen gaf!” (Numeri 11:29 HSV). Dit gebed van Mozes wordt nog niet verhoord, maar de profeet Joël ontvangt veel later een bijzondere openbaring “Daarna zal het geschieden dat Ik Mijn Geest zal uitstorten op alle vlees: uw zonen en uw dochters zullen profeteren, uw ouderen zullen dromen dromen, uw jongemannen zullen visioenen zien. Ja, zelfs op de dienaren en op de dienaressen zal Ik in die dagen Mijn Geest uitstorten” (Joël 3:1-2 HSV). God beloofde dat eens Zijn Geest uitgestort zou worden op alle mensen en met Pinksteren is die profetie uitgekomen.

Profetie nu is iets anders dan profetie in de Bijbel:

  • De Bijbel is de norm voor hedendaagse profetie: Gods Woord is volmaakt maar ons profeteren is onvolmaakt en moet getoetst worden.
  • De Bijbel heeft een universele betekenis voor alle gelovigen. Profetie geldt voor een bepaalde tijd, plaats en situatie.
  • Als de Bijbel de eerste plaats krijgt, wordt de profetie in het juiste perspectief gezien en is het opbouwend voor de gemeente.

Toetsen van profetie

Een ware profeet kan nooit oproepen tot het dienen van afgoden:

“Als in uw midden een profeet opstaat of iemand die dromen heeft, en u een teken of wonder geeft, en dat teken of dat wonder waarvan hij tot u gesproken had, komt en hij zegt: Laten we achter andere goden aan gaan, die u niet kent, en laten we die dienen, luister dan niet naar de woorden van die profeet of naar hem die die dromen heeft! Want de HEERE, uw God, stelt u dan op de proef om te weten of u de HEERE, uw God, liefhebt met heel uw hart en met heel uw ziel.
Achter de HEERE, uw God, moet u aan gaan, Hem moet u vrezen, Zijn geboden moet u in acht nemen en Zijn stem gehoorzamen; Hem moet u dienen en u aan Hem vasthouden. En die profeet of hij die die dromen heeft, moet gedood worden, omdat hij heeft opgeroepen afvallig te worden aan de HEERE, uw God, Die u uit het land Egypte heeft geleid en u uit het slavenhuis verlost heeft; en omdat hij u wilde afbrengen van de weg die de HEERE, uw God, u geboden heeft daarop te gaan. Zo moet u het kwaad uit uw midden wegdoen” (Deuteronomium 13:2-6 HSV).

Criteria:

  • komt het overeen met de Bijbel
  • niet oproepen tot afgoderij
  • komt de profetie uit?
  • het leven van de profeet
  • een ware profeet is niet altijd geliefd, een valse profeet brengt graag een boodschap die men graag hoort
  • als een profeet oordeel predikt, heeft hij er dan zelf verdriet van?
  • manipuleert een profeet?

Literatuur

Deze blog of samenvatting van de Bijbelboeken 1 & 2 Koningen heb ik gemaakt met hulp van:

Folder-ETS-2019-2020

Jouw reactie stel ik op prijs en wordt z.s.m. geplaatst

%d bloggers liken dit: