BIJBEL(STUDIE)📜

OBADJA📜

Kortste bijbelboek

Het boek Obadja is het kortste boek uit het Oude Testament, zijn maar 21 verzen. Daarom plaats ik deze keer het hele bijbelboek, zodat je makkelijk de Bijbelteksten kunt meelezen, met wat ik schrijf.

Obadja 📜 HSV

Vers 1 Het visioen van Obadja. Zo zegt de Heere HEERE over Edom: Een bericht hebben wij gehoord van de HEERE, en een gezant is uitgezonden onder de heidenvolken: Sta op! Laten wij tegen [Edom] opstaan ten strijde!
Vers 2 Zie, Ik heb u klein gemaakt onder de heidenvolken; diep veracht wordt u.
Vers 3 De overmoed van uw hart heeft u bedrogen, [hij] die woont in de rotskloven, [in] zijn hoge verblijfplaats, [hij] die zegt in zijn hart: Wie zal mij neerhalen naar de aarde?
Vers 4 Al verhief u zich als een arend, en al bouwde u uw nest tussen de sterren, [ook] vandaar zou Ik u neerhalen, spreekt de HEERE.
Vers 5 Als er dieven bij u komen, of nachtelijke verwoesters, hoe zult u uitgeroeid worden! stelen zij niet tot zij genoeg hebben? Als er druivenplukkers bij u komen, zullen zij niet een nalezing overlaten?
Vers 6 Hoe is Ezau doorzocht, wat hij verborgen heeft, opgespoord!
Vers 7 Tot aan de grens hebben zij u gestuurd, al uw bondgenoten. Zij met wie u [in] vrede [leefde], hebben u bedrogen, u overwonnen. [Zij die] uw brood [eten], leggen een valstrik voor u. Er is geen inzicht in hem.
Vers 8 Zal het niet op die dag zijn, spreekt de HEERE, dat Ik zal ombrengen de wijzen uit Edom en het inzicht uit het bergland van Ezau?
Vers 9 Uw helden, Teman, zullen ontsteld zijn, zodat ieder uit het bergland van Ezau wordt uitgeroeid door een slachting.
Vers 10 Vanwege het geweld tegen uw broeder Jakob zal schaamte u bedekken en zult u voor eeuwig uitgeroeid worden.
Vers 11 Op de dag dat u aan de kant stond, op de dag dat vreemden zijn leger als gevangenen wegvoerden, buitenlanders zijn poorten binnentrokken en over Jeruzalem het lot wierpen, was ook u als een van hen!
Vers 12 U had niet mogen toekijken op de dag van uw broeder, op de dag dat hij een vreemde [voor u] was. U had niet blij mogen zijn vanwege de Judeeërs op de dag van hun ondergang. U had geen grote mond mogen opzetten [tegen hen] op de dag van [hun] benauwdheid.
Vers 13 U had de poort van Mijn volk niet binnen mogen trekken op de dag van hun ondergang. U, juist u, had niet mogen toekijken bij het kwaad dat hem trof op de dag van zijn ondergang. U had [uw handen] niet mogen uitstrekken naar zijn leger op de dag van zijn ondergang.
Vers 14 U had niet op het kruispunt mogen staan om degenen van hen die ontkomen waren, uit te roeien. U had degenen van hen die ontvlucht waren niet mogen overleveren op de dag van [hun] benauwdheid.
Vers 15 Want de dag van de HEERE is nabij over alle heidenvolken; zoals u gedaan hebt, zal u gedaan worden; wat u verdient, zal op uw [eigen] hoofd terugkeren!
Vers 16 Want zoals u op Mijn heilige berg gedronken hebt, zullen alle heidenvolken voortdurend drinken; zij zullen drinken en slurpen; zij zullen worden alsof zij er niet geweest waren!
Vers 17 Maar op de berg Sion zal ontkoming zijn: die zal een heilige plaats zijn; zij die van het huis van Jakob zijn, zullen hun bezittingen [weer] in bezit nemen.
Vers 18 Dan zal het huis van Jakob een vuur zijn, het huis van Jozef een vlam, en het huis van Ezau zal tot stoppels worden; zij zullen tegen hen ontbranden en hen verslinden, zodat er geen ontkomen zal zijn voor het huis van Ezau! Ja, de HEERE heeft gesproken!
Vers 19 Het Zuiderland zal het gebergte van Ezau in bezit nemen, en het Laagland [het gebied van] de Filistijnen; ja, zij zullen het gebied van Efraïm en het gebied van Samaria in bezit nemen; en Benjamin [dat van] Gilead.
Vers 20 En de ballingen van dit leger van de Israëlieten [zullen] dat wat van de Kanaänieten was, tot aan Zarfath [in bezit nemen]; de ballingen van Jeruzalem die in Sefarad zijn, zullen de steden van het Zuiderland in bezit nemen.
Vers 21 Verlossers zullen de berg Sion opgaan om het bergland van Ezau te oordelen, en het koningschap zal van de HEERE zijn.

Indeling

  • 1-9: Oordeel over Edom
  • 10-14: Redenen voor het oordeel
  • 15-21: De Dag van de Heer

BibleProject-Overview Obadiah

Schrijver 📜 vers 1

Obadja is de schrijver. Zijn naam betekent ‘iemand die de Heer dient’. ‘Obad’ is dienaar/knecht en ‘ja’ komt van JaHWeH/Heer. Hij is een profeet, want het gaat over het visioen/profetie van Obadja.

Edom

Izak bad vurig tot de HEERE in het bijzijn van zijn vrouw, want zij was onvruchtbaar. En de HEERE liet Zich door hem verbidden, zodat Rebekka, zijn vrouw, zwanger werd.
De kinderen stootten in haar lichaam tegen elkaar. Toen zei zij: Als dit zo is, waarom [overkomt] mij dit? En zij ging de HEERE raadplegen.
De HEERE zei toen tegen haar: Er zijn twee volken in uw schoot, en twee naties zullen zich uit uw lichaam vaneenscheiden. Het ene volk zal sterker zijn dan het andere en de meerdere zal de mindere dienen.
Toen nu de tijd om te baren voor haar aangebroken was, zie, er was een tweeling in haar schoot.
De eerste kwam tevoorschijn, rossig en helemaal [behaard] als een haren mantel; daarom gaf men hem de naam Ezau. (Genesis 25:21-25 HSV)

Toen zei Ezau tegen Jakob: Laat mij toch slurpen van dat rode, dat rode daar, want ik ben moe. Daarom gaf men hem de naam Edom. (Genesis 25:30 HSV)

Israël – Edom

Het oordeel in de profetie van Obadja gaat over Edom. Edom was een broedervolk van Israël. Izak en Rebekka kregen twee zonen, een tweeling, Jakob en Ezau. Toen zij nog in de buik van Rebekka zaten zei de Here God tegen haar dat zij twee volken zouden zijn en het ene volk zou het andere dienen. Jakob was de stamvader van de 12 stammen van Israël en Ezau was de stamvader van Edom. Edom betekent ‘rood’ wat verwijst naar de haarkleur van Ezau. Later verkocht Ezau zijn geboorterecht aan Jakob, voor een rode linzensoep.

De historische achtergrond van Obadja, HSV-Studiebijbel

Edom lag ten oosten en zuiden van de Dode Zee. Nadat de Israëlieten veertig jaar door de woestijn hadden getrokken en het beloofde land wilden binnengaan, mochten ze niet door het gebied van Edom.

De hoofdstad van Edom Sela/Petra lag hoog op een bergplateau en was bijna onbereikbaar. Daardoor dachten de Edomieten dat ze niet te verslaan waren. Ook Jesaja, Jeremia en Ezechiël veroordelen Edom. In 555 zijn de Edomieten vernietigd door de Babyloniërs. In 312 was Petra in handen van de Nabateeërs. De Edomieten die overbleven zijn verdreven naar een gebied ten zuiden van Juda, Idumea, wat later onderdeel werd van Judea. Koning Herodes kwam uit Idumea.

Oordeel over Edom 📜 vers 2-9

De Edomieten dachten dat ze onkwetsbaar waren, omdat hun gebied in de hoge bergen moeilijk te bereiken was. Maar zoals de Edomieten neerkeken op Juda, zo keken de heidenvolken neer op Edom. Ze zullen worden uitgeroeid zegt Obadja. De namen van Ezau en Teman worden genoemd. Teman is een kleinzoon van Ezau. Bedoelt worden de Edomieten.

Redenen voor het oordeel / obadatering 📜 vers 10-14

De reden voor het oordeel over Edom is hun betrokkenheid bij de verwoesting van Jeruzalem door de Babyloniërs. Ze hielpen hun broedervolk Israël niet, maar keken toe en werkten mee met de Babyloniërs.

HEERE, denk aan de Edomieten, aan de dag dat Jeruzalem [viel], toen zij zeiden: Haal neer, haal neer [die stad], tot op haar fundament! (Psalm 137:7 HSV)

Vers 11 spreekt in de verleden tijd over de verwoesting van Jeruzalem (586 voor Christus) maar waarschuwt voor de val van Edom (553 voor Christus). Hieruit kun je afleiden dat Obadja waarschijnlijk kort na 586 heeft geprofeteerd.

Dag van de Heer 📜 vers 15-21

Vanaf vers 15 gaat het niet meer alleen over het oordeel over Edom, maar over alle heidenvolken. Edom staat dan voor alle volken die vijandig zijn tegen Israël.

De Dag van de Heer verwijst in dit gedeelte naar:

  • oordelen op korte termijn voor de heidenvolken, de vijanden van Israël (ondergang van Assyrië of Babel)
  • gebeurtenissen in de verre toekomst
  • herstel/heil voor Israël en belofte van het Koninkrijk van God

Obadja noemt het huis van Jakob én het huis van Jozef (de twee grote stammen van het Noordrijk, Manasse en Efraïm). In de toekomst zal Israël weer één volk zijn.

Lessen uit Obadja voor nu

  • Leef niet voor het leven nu, zoals Ezau, maar voor de zegen van God, zoals Jakob
  • Als God iets zegt, houdt Hij Zich er ook aan. Hij laat kwaad niet ongestraft
  • God zal degenen die Zijn volk Israël kwaad doen, straffen

Bronnen

Reacties worden z.s.m. geplaatst

%d bloggers liken dit: