Bijbelboek FILIPPENZEN

Filippenzen

Handelingen 16:11-40

Voor dat je de brief van Paulus aan de Filippenzen leest, is het handig om eerst Handelingen 16:11-40 te lezen. Daar lees je de achtergrond van de brief.

De stad Filippi

De stad Filippi lag in het Noorden van Griekenland. In 31 v. Chr. werd de stad een Romeinse kolonie. De regering en de cultuur in de stad waren Romeins.

Paulus in Filippi

Paulus heeft de gemeente in Filippi zelf gesticht, tijdens zijn 2e zendingsreis. Hij krijgt een visioen waarin hem duidelijk gemaakt wordt dat hij de boot moet nemen naar Macedonië. Filippi wordt de eerste christelijke gemeente in Europa.

Lydia, een zakenvrouw die purper verkocht aan de Romeinse soldaten was de eerste bekeerling in Filippi. Ze vereerde de God van de Joden en kwam tot geloof in Christus. Ze wordt gedoopt en stelt haar huis open voor Paulus en zijn medewerkers.
Ook was er een meisje dat de hele tijd achter Paulus aanliep en riep “Deze mensen zijn dienstknechten van God, de Allerhoogste, die ons een weg naar de zaligheid verkondigen”. Ze was helderziend en werd uitgebuit door zakenlieden, van wie ze de slavin was en die met haar veel geld verdienden. Paulus bevrijdde haar van een waarzeggende geest. Dat werd een grote rel in Filippi en Paulus en Silas kwamen in de gevangenis. Ze worden bevrijd, waarbij de gevangenbewaarder tot geloof komt. Ze bemoedigen de gelovigen en reizen verder naar Thessalonica.

Timotheüs en Epafroditus

Als afzender van de brief wordt ook Timotheüs genoemd, een medewerker van Paulus. Hij was een geestelijk kind van Paulus.

Paulus heeft de gemeente na deze eerste keer nog vaker bezocht. De gemeente leefde met hem mee toen hij in de gevangenis zat en ondersteunde hem financieel. Ze stuurden Epafroditus met een gift naar Paulus. Daar aangekomen werd Epafroditus ernstig ziek. Om de ongerustheid van de Filippenzen weg te nemen, stuurde Paulus Epafroditus naar hen terug en hij neemt een brief voor hen mee van Paulus.

Thema’s

In het begin van de brief noemt Paulus al meteen de belangrijkste dingen uit de brief:

  • De gezindheid van Christus
  • Blijdschap/vreugde
  • Christus en de christen(gemeenschap)
  • Het evangelie, het goede nieuws dat God in Christus de wereld redt

Indeling van de Filippenzen-brief

  • 1:1-11 Openingsgroet en gebed
  • 1:12-26 Paulus’ gevangenschap komt de verspreiding van het evangelie ten goede
  • 1:27 tot 2:18 Eenheid en nederigheid in de gezindheid van Christus
  • 2:19-30 Voorbeeld van Timotheüs en Epafroditus
  • 3 Waarschuwingen en bemoedigingen
  • 4 Afsluitende aanmoedigingen, dank voor de gaven en slotgroeten

BibleProject – Philippians

Filippenzen 1:1-11 Openingsgroet en gebed

Ik dank mijn God, telkens wanneer ik aan u denk – in elk gebed van mij voor u allen bid ik altijd met blijdschap – vanwege uw gemeenschap aan het Evangelie, van de eerste dag af tot nu toe (Filippenzen 1:3-5 HSV)

Paulus gebruikt het woord koinōnia, wat je zou kunt vertalen met gemeenschap of zien als een partnerschap tussen zakenrelaties. De Filippenzen zijn Paulus’ partners in de verspreiding van het evangelie en in de ontvangst van de genade. David Pawson schrijft dat in die tijd van Siamese tweelingen werd gezegd dat die koinoinia in hun bloed hadden, want als de een het niet haalde, ging de ander meestal ook dood. Op dezelfde manier zou het contact ook moet en zijn dat wij met elkaar hebben -wat de een overkomt, gebeurt dus ook met de ander- dat is koinonia. Paulus bid voor de liefde en verlangt dat die nog zal groeien.

Filippenzen 1:12-26 Paulus gevangenschap en de verspreiding van het evangelie

Ondanks dat Paulus in gevangenschap zit, wordt het evangelie verspreid. Hij heeft het over ‘jaloerse evangelieverkondigers’. Dit kunnen christenen zijn die Christus prediken en nieuwe gelovigen aan zichzelf willen binden en daarom afstand nemen van Paulus als gevangene. En hem afwijzen vanwege zijn minder oratorische vaardigheden, of zijn lichamelijke zwakheid. Het kunnen ook niet-gelovigen zijn, die overal rondvertellen dat Paulus gevangen zit, omdat hij verkondigd dat Jezus Heer is in plaats van de keizer.. In beide gevallen wordt het evangelie verspreid.

Paulus weet niet of hij gedood gaat worden of vrijgelaten. In beide gevallen wordt Christus geëerd zegt hij. Of met zijn dood, als hij bij Christus is, of met zijn vrijlating, omdat Christus laat zien dat Hij werkelijk Heer is en Paulus verkondigd dat weer Christus.

Filippenzen 2:1-18 Eenheid en nederigheid in de gezindheid van Christus

Hymne in Filippenzen 2:6-11 (NBV)

Dit gedeelte wordt wel ‘de lofzang op Christus’ genoemd. Het is erg poëtisch en het kan een bestaand lied geweest zijn, of Paulus eigen woorden.

Hij die de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast, maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf en werd gelijk aan een mens.
En als mens verschenen, heeft hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood – de dood aan het kruis.
Daarom heeft God hem hoog verheven en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat, opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde, en elke tong zal belijden: ‘Jezus Christus is Heer,’ tot eer van God, de Vader.

De hymne heeft een rol in de context van vers 1, oproepen om de gezindheid van Christus te hebben. Ook theologisch is de hymne belangrijk. De hymne gaat in op de pre-existentie, menswording, dood, opstanding en hemelvaart van Christus. Pre-existent betekent dat Jezus gelijk is aan God. Vers 7 heeft al tot veel meningsverschillen geleid, eerder schreef ik hier al over, in een blog over Filippenzen 2:5-7.
Paulus citeert hier Jesaja 45:18-25. God is de enige die rechtvaardig is en redding brengt en voor Hem zal iedere knie zich buigen. Paulus zegt hier dat dit voor Jezus geldt!

2:19-30 Timotheüs en Epafroditus als voorbeeld

Hier volgt opeens praktische informatie. Timotheüs zal snel komen en Paulus stuurt Epafroditus meteen met zijn brief. In de vorige verzen noemt Paulus Christus en zichzelf als voorbeeld om na te volgen. Ook Timotheüs en Epafroditus  gebruikt hij als voorbeeld, ook zij spannen zich in voor het evangelie.
In vertrouwen op de Heer Jezus hoop ik dat ik Timoteüs snel naar u toe kan sturen; het zal mij goed doen te weten hoe het met u gaat. Er is verder niemand die zich net zo oprecht als ik om u bekommert, want alle anderen jagen alleen hun eigen belangen na in plaats van die van Jezus Christus. U weet dat hij betrouwbaar is en dat hij zich samen met mij, als een kind met zijn vader, voor het evangelie heeft ingezet. Hem hoop ik dus te sturen, zodra het duidelijk is wat er met me zal gebeuren. De Heer geeft mij het vertrouwen dat ik zelf ook spoedig kan komen.
Ik vind het nodig Epafroditus naar u terug te sturen. Hij is mijn broeder, medewerker en medestrijder geweest, en heeft mij namens u bijgestaan in mijn nood (Filippenzen 2:19-25 NBV).

Filippenzen 3 Vijanden van het kruis van Christus en hemelburgers

Verder, mijn broeders, verblijd u in de Heere. Dezelfde dingen aan u te schrijven is mij niet onaangenaam en het geeft u zekerheid.
Let op de honden, let op de slechte arbeiders, let op de versnijdenis (Filippenzen 3:1-2 HSV).

Paulus snijdt hier een nieuw onderwerp aan. Hij roept op tot vreugde in de Heer waarover hij eerder spreekt. Deze vreugde hebben de gelovigen nodig in moeilijke omstandigheden, bijvoorbeeld het optreden van dwaalleraren. De dwaalleraren zijn de judaïsten die zeggen dat heidenen zich eerst moeten laten besnijden om gered te worden. Paulus noemt hen honden, met kwalijke praktijken, die een verkeerd evangelie verkondigen.

Hemelburgers

Ons burgerschap is echter in de hemelen, waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten, [namelijk] de Heere Jezus Christus (Filippenzen 3:20 HSV)

De stad Filippi was een Romeinse kolonie met een romeinse regering, in Griekenland. Zo moest in de christelijke gemeente in Filippi, Jezus het voor het zeggen hebben.

Filippenzen 4 Afsluitende aanmoedigingen, dank voor de gaven en slotgroeten

Paulus vraagt de Filippenzen ook dringend om eensgezind te zijn in de Heer,  in het belang van het evangelie. Hij roept de gemeente op zich te verheugen en te bidden en te letten op wat hij hen heeft geleerd.

Verder, broeders, al wat waar is, al wat eerbaar is, al wat rechtvaardig is, al wat rein is, al wat lieflijk is, al wat welluidend is, als er enige deugd is en als er iets prijzenswaardigs is, bedenk dat (Filippenzen 4:8 HSV)

Pauls bedankt de Filippenzen voor hun financiële ondersteuning maar noemt ook twee keer dat hij het ook zonder had gered. Hij heeft geleerd om in alle omstandigheden tevreden te zijn, ook in armoede of honger. Het kan ook zijn dat hij dit twee keer noemt, om niet de indruk te wekken dat hij een ‘broodprofeet’ was, iemand die spreekt wat de mensen willen horen, om zo aan geld te komen.

Literatuur

Folder-ETS-2019-2020

Jouw reactie stel ik op prijs en wordt z.s.m. geplaatst