BIJBELBOEK AMOS

Auteur

De woorden van Amos, die behoorde tot de veehouders uit Tekoa, die hij gezien heeft over Israël in de dagen van Uzzia, de koning van Juda, en in de dagen van Jerobeam, de zoon van Joas, de koning van Israël, twee jaar voor de aardbeving. (Amos 1:1 HSV)

Ik ben geen profeet en ik ben geen profetenzoon, maar ik ben veehouder en moerbeikweker.
Vers 15 De HEERE haalde mij echter achter de kudde vandaan en de HEERE zei tegen mij: Ga heen, profeteer tegen Mijn volk Israël! (Amos 7:14b-15 HSV)

De naam Amos betekent lastdrager. Zijn naam heeft niet een duidelijke relatie met het boek, maar zou kunnen wijzen op de last van de boodschap van oordeel voor Israël.

Amos was veehouder en moerbei/vijgenkweker in Tekoa, ongeveer 20 km ten zuiden van Jeruzalem, in Juda. God stuurde hem om te profeteren in het Noorden, in Israël. Hij verkeerde niet zoals andere profeten in kringen van de priesters en koningen. Hij profeteerde een korte tijd, twee jaar voor de aardbeving, rond 760 voor Christus.

BibleProject – Amos

Indeling

Het boek Amos is een verzameling visioenen, preken en gedichten zonder specifieke structuur. Het is poëtisch en laat de gevoelens van God zien. De poëzie in dit boek is niet vrolijk, maar een klaagzang. Het boek is in te delen in:

  • Acht oordelen (hoofdstuk 1 – 2)
  • Drie preken (hoofdstuk 3 – 6)
  • Vijf visioenen (hoofdstuk 7 tot 9:10)
  • Drie beloften (hoofdstuk 9:10-15)

Acht oordelen 📜 hoofdstuk 1 en 2

Amos veroordeelt eerst de buurlanden: Damascus, Gaza en Tyrus. Dan veroordeelt hij de volken die aan Israël verwant waren: Edom, Ammon en Moab. Dan spreekt hij een oordeel uit over Israëls zuster Juda, omdat zij de wet niet hadden gehouden. Als laatste veroordeelt hij ook Israël, omdat hun zonden groter waren dan die van hun vijanden.

Drie preken over Israël 📜 hoofdstuk 3 t/m 6

Deze hoofdstukken gaan over de zonde van en het oordeel over Israël. Elk hoofdstuk begint met ‘luister’ of ‘wee’. De zonden van het volk Israël werden zwaarder aangerekend dan die van de heidenvolken, omdat zij konden weten dat ze zondigden en ze hadden het verbond met God verbroken door hun zonde.

Amos 3 

Luister naar dit woord dat de HEERE tot u spreekt, Israëlieten, tot het hele geslacht dat Ik uit het land Egypte heb geleid: (Amos 3:1 HSV)

Amos stelde een aantal retorische vragen over het oordeel van God wat Israël te wachten staat. Uit het eerste vers blijkt dat hij niet alleen profeteert tegen de volken in het Noorden, maar het hele volk Israël. Amos zegt dat de Filistijnen en de Egyptenaren versteld zouden staan, wanneer ze de zonde van het volk zouden zien.

Amos 4 

In dit hoofdstuk noemt Amos de zonde van de vrouwen van Samaria, ze houden van luxe ten koste van de armen. Op een ironische manier noemt de hun valse godsdienst.

Kom naar Bethel en zondig, naar Gilgal om veel te zondigen. Breng ’s morgens uw offers, op [elke] derde dag uw tienden. (Amos 4:4 HSV)

Amos 5 en 6

Amos begint hier met een klaagzang of begrafenislied, voor de begrafenis van het volk, alsof zij al dood waren.  Op deze manier hoopte hij dat het volk zich zou bekeren, maar dat gebeurde niet. De elite van Israël genoot van de welvaart.

Vijf visioenen 📜 hoofdstuk 7 tot 9:10

  1. sprinkhanenplaag
  2. vlammen verteren het land en het grondwater droogt op
  3. paslood tegen een rechte muur
  4. mand met rijp fruit
  5. verwoesting van Israël

In de eerste twee visioenen (de sprinkhanen en de vlammen) laat God zien dat Hij het volk wil oordelen. Amos bidt beide keren om vergeving en dan wacht God nog met het oordeel.

Vanaf het derde visioen bidt Amos niet meer en is er geen uitstel van het oordeel meer, want het volk luistert niet naar de waarschuwingen. Het vierde visioen van de mand met rijp fruit laat zien dat de zonden ‘rijp zijn voor het oordeel’. Het oordeel wordt beschreven met het beeld van de vele lijken die op straat liggen.

Het vijfde visioen is een visioen over het oordeel, de verwoesting van Israël. Amos ziet God staan op het altaar. Dit kan zijn het altaar in Bethel of van de tempel in Jeruzalem. Op Gods bevel zullen de Israëlieten door alle volken heen geschud worden, als in een zeef waar niet één steentje doorheen valt. Alle zondaars zullen sterven.

Beloften van God 📜 hoofdstuk 9:11-15

Op die dag zal Ik oprichten de vervallen hut van David. Zijn scheuren zal Ik dichtmaken, en wat aan hem is afgebroken, zal Ik oprichten, Ik zal hem opbouwen als [in] de dagen van oude tijden af; zodat zij de rest van Edom in bezit zullen nemen, en alle heidenvolken waarover Mijn Naam is uitgeroepen, spreekt de HEERE, Die dit doet. (Amos 9:11-12 HSV)

Op die dag verwijst naar het oordeel uit het vijfde visioen. Alle Israëlieten worden geoordeeld, maar niet allen worden vernietigd, een rest blijft over. Dit gedeelte wordt op verschillende manieren uitgelegd.

  • Als een verwijzing naar de stad Jeruzalem en de tempel.
  • Het koningshuis en het koninkrijk van David.
  • Het herstel van heel Israël, het volk en het land. Het dichtmaken van de scheuren betekent dan het herstel van het twee- en tienstammenrijk. Het huis van David zal dan weer één rijk zijn.
  • De rest zal deel uitmaken van het grotere volk van God, waar ook de heidenen bij gaan horen. Dit wordt duidelijk als Jacobus vers 11 citeert, tijdens de vergadering in Jeruzalem.

Zie, er komen dagen, spreekt de HEERE, dat de ploeger de maaier zal ontmoeten en de druiventreder de zaaier, en dat de bergen zullen druipen van jonge wijn en al de heuvels doordrenkt zullen worden.
Ik zal een omkeer brengen in de gevangenschap van Mijn volk Israël. Zij zullen de verwoeste steden herbouwen en bewonen, zij zullen wijngaarden planten en de wijn ervan drinken, zij zullen tuinen aanleggen en de vrucht ervan eten.
Ik zal hen in hun land planten, en zij zullen nooit meer weggerukt worden uit hun land, dat Ik aan hen gegeven heb, zegt de HEERE, uw God. (Amos 9:13-15 HSV)

Bronnen

Jouw reactie stel ik op prijs en wordt z.s.m. geplaatst

%d bloggers liken dit: