Peter Halldorff

Peter Halldorff
In het Nederlands Dagblad stond vorig jaar dit interview en op CIP.nl vond ik nog een artikel over Peter Halldorff. De voorganger van de pinksterbeweging in Zweden. Hij wordt ook wel ‘Pinkstermonnik’ genoemd. De combinatie ‘Pinkster’ en ‘monnik’ vind ik wel interessant. Vorige zomer kocht ik zijn boek ‘Vol van de Geest, Hoe de Heilige Geest het dagelijks leven verrijkt’. Ik begon er in, maar heb het nog steeds niet uitgelezen. Toen ik vorige maand bij Opwekking een seminar bijwoonde van Peter Halldorff, bedacht ik dat ik toch eens verder moest gaan lezen in het boek.

Charismatische gemeenten

Vol van de Geest

Ik kan moeilijk het hele boek hier samenvatten in één bericht, maar hier zijn een paar citaten uit hoofdstuk 14 ‘Charismatische gemeenten’:

Ontvang de Heilige Geest

Zoals Jezus door de Geest is geboren uit de maagd, zo wordt de Kerk door Jezus’ ademhaling geboren vanuit het lege graf: ‘Ontvang de Heilige Geest’. Vanaf dat moment vormen de leerlingen een nieuwe gemeenschap: Gods ecclesia, zijn uitgekozen volk, de nieuwe mensheid.

(Tongen)taal

Vanaf zijn begin staat de mens in relatie tot God -de belangrijkste relatie van de mens- maar ook tot zijn medemensen, ja, tot heel de schepping. Hij wordt mens door zijn relaties. 

Op de eerste pinksterdag begint de beslissende genezing van de wond in het lichaam van de mensheid en het wonder van de talen is het eerste teken. Pinksteren is het begin van het einde van de wereldomvattende spraakverwarring die begon in Babel.

Alle verdeeldheid is ten diepste een kwestie van taal. We begrijpen elkaar niet, we willen elkaar niet begrijpen.

Gemeenschappelijk

Paulus, de theoloog die als eerste de ervaringen van de jonge Kerk heeft beschreven, wijst nadrukkelijk op het gemeenschappelijke karakter van de christelijke geestelijke ervaring.

Als de christenen op de eerste pinksterdag naar voren treden als één lichaam hebben ze een gemeenschappelijke ervaring meegemaakt: de Heilige Geest is aan ieder van hen gegeven, alsof de Geest bij ieder van hen persoonlijk zou zijn. 

De woorden één lichaam en één geest zijn in vervulling gegaan. Als Paulus de christenen in Filippi aanspoort om eenheid te tonen, is hij zich ervan bewust dat dit alleen kan als de Geest de kracht mag zijn die hen samenbindt.

Charismata

Charismata, genadegaven, veronderstellen bij Paulus de Geest, maar ook de gemeente. Charismatische mensen zijn mensen in wier leven de Geest zo werkt en zichtbaar wordt dat het voor de ander nuttig is.

Christenen worden dus niet alleen als individuen samengevoegd tot een lichaam, maar als charismatische mensen, in de werkelijke betekenis van het woord. Dat wil zeggen, door iedere gelovige wordt de Geest zichtbaar tot troost en vermaning, opbouw en steun voor anderen.

Als Paulus spreekt over genadegaven maakt hij geen onderscheid tussen geestelijk of praktisch. 

De opsomming van genadegaven in 1 Korinthe 12, wordt weleens beschouwd als een volledige lijst van charismata -de negen geestelijke genadegaven- voor alle christelijke gemeenten, om hun geestelijke gaven aan te spiegelen. Paulus’ gebruik van het woord charisma in ander verband, vooral in Romeinen 12, toont echter aan dat hij noch de bedoeling noch de behoefte heeft om een soort checklist te geven. 

Zorg om de minsten en zwaksten

Geestelijk en alledaags waren vervlochten met elkaar, de zorg gold het hele leven, de christelijke gemeenschap was net zo goed een fysiek als een geestelijk lichaam. De lakmoesproef voor het geestelijk gehalte van de nieuwtestamentische gemeenten was zonder uitzondering het gedrag ten opzichte van weduwen, armen en wezen: de minsten en zwaksten van de mensheid.

De Kerk zou het teken moeten zijn van een nieuwe wereldorde gebaseerd op rechtvaardigheid, vrede en blijdschap. Vervuld van de Heilige Geest is ze een afspiegeling van de eeuwige gemeenschap tussen Vader, Zoon en Geest.

Toetsen

Paulus voelt zich bij herhaling genoodzaakt om te waarschuwen tegen de neiging van gelovigen om hun geestelijk leven te gebruiken om hun gevoel van eigenwaarde te vergroten en zichzelf op een voetstuk te zetten.

In dit licht leert Paulus dat juist de geestelijke gaven die het spectaculairst en het opvallends zijn, vaak de minst waardevolle zijn, terwijl de gaven die niet direct opgemerkt worden tot de belangrijkste behoren. Wat niet telt is hoe hoog je vliegt, maar hoe diep je je buigt in de dienst aan anderen.

Het charismatische leven van de jonge gemeenten was een van de belangrijkste oorzaken van hun succes, maar tegelijk vormde het een van de grootste bedreigingen voor hun eensgezindheid.

In het sterke besef dat het grotere gevaar van misbruik en overdrijving niet is dat gemeenten geestelijk verwilderen, maar dat christenen zo’n defensieve houding aannemen dat ze de Geest tegenhouden, geeft hij raad en handvaten voor de zo noodzakelijke toetsing van de geesten.

Hoe zou je charismatische fenomenen dan kunnen toetsen? ‘Hij [zal] mij eren, had Jezus over de Geest gezegd. ‘Op wie valt het licht?’ is de cruciale vraag bij alle uitingen van geestelijk leven. De Heilige Geest is Jezus’ Geest en het is tekenend dat Paulus zijn onderricht over de geestelijke gaven in hoofdstuk 12 van de eerste brief aan de christenen van Korinthe inleidt door charismatische ervaring te koppelen aan het belijden van Christus: Daarom zeg ik u nadrukkelijk: niemand kan ooit door toedoen van de Geest van God zeggen: Vervloekt is Jezus, en niemand kan ooit zeggen: Jezus is de Heer, behalve door toedoen van de Heilige Geest.

Toepassing

Laat ik zelf eens een toepassing maken. Voor mijzelf is het goed weer eens (redelijk) onbevangen iets te lezen over de ‘gaven van de Geest’, na alle boeken en artikelen van Bill Johnson of Kris Vallotton. Dit boek is een stuk genuanceerder, dat lees ik ook in dit hoofdstuk.

De charismatische gemeente zoals Peter Halldorf in dit hoofdstuk beschrijft gun ik iedereen. Het is Pinksteren geweest, maar het lijkt soms weer op de spraakverwarring in Babel en wat begrijpen we elkaar vaak niet.

De zorg voor de minsten en zwaksten van de samenleving en in de kerk, in plaats van de meest opvallende en spectaculaire gave, kan volgens mij nog steeds heel goed dienen als ‘lakmoesproef voor het geestelijk gehalte van een gemeente’.

Jouw reactie stel ik op prijs en wordt z.s.m. geplaatst